Auteur:

De Redactie

21 jul. 2016 - 15:10:01 Datum: 11 juli 2016

Opleiding en vrijwilligerswerk dragen bij aan kans op werk van vluchtelingen

Aanbevelingen voor gemeenten (onderzoek KIS)

Uit de enquete van Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) onder bijna 200 gemeenten blijkt dat zo’n 60% van de vluchtelingen pas kans op werk heeft na het volgen van een aanvullende opleiding of het doen van  vrijwilligerswerk. Dertig procent van de vluchtelingen is volgens gemeenten niet bemiddelbaar naar werk. 

1. Ga eerder aan de slag met arbeidsmarkttoeleiding

In ruim een derde van de gemeenten (36%) beginnen inburgeraars pas na afronding van de verplichte inburgering met activiteiten voor arbeidstoeleiding. Hierdoor gaat veel tijd verloren, zo vinden ook gemeenten zelf. Het advies van Kennisplatform Integratie & Samenleving/Verwey-Jonker Instituut is: Start snel en zorg voor een  intensieve en integrale aanpak nodig. Zoek  samenwerking met onderwijsinstellingen, werkgevers en maatschappelijke organisaties. Gemeenten verwachten veel van de zogenoemde ‘duale trajecten’: het gelijktijdig inzetten van bijvoorbeeld inburgering en vrijwilligerswerk, of het volgen van een opleiding en werk.

2. Werk intensief samen met werkgevers om werk(ervarings)plaatsen te creëren

Hoewel 60% van de gemeenten al contacten heeft met werkgevers over statushouders, leven er veel vragen over de samenwerking met werkgevers. De instrumenten voor arbeidstoeleiding zijn niet voldoende gericht  op de werkgevers. Gemeenten zien kansen om werkgevers te faciliteiten om vluchtelingen in dienst te nemen. 

3. Zie het leren van de Nederlandse taal als onderdeel van het traject naar werk

Vluchtelingen zijn verantwoordelijk voor hun eigen inburgering, waaronder het leren van de Nederlandse taal. Volgens gemeenten is het taalniveau na het volgen van de verplichte inburgering vaak niet goed genoeg om te gaan werken. Als belangrijkste knelpunt voor de werkkansen noemen gemeenten het gebrek aan Nederlandse taalvaardigheid. ‘Taal leer je natuurlijk het beste in de praktijk. Laat vluchtelingen daarom in een praktische setting de Nederlandse taal beter leren, bijvoorbeeld via een opleiding of stage’, zegt Razenberg van KIS. Gemeenten kunnen zelf het goede voorbeeld geven door in de eigen organisatie plaatsen te creëren waarin statushouders in aanraking komen met de Nederlandse taal en de arbeidsmarkt.

4. Maak gebruik van goede en slechte ervaringen in andere gemeenten

Meer dan de helft van de gemeenten zijn al bezig met het ontwikkelen van plannen om vluchtelingen aan het werk te krijgen. Om te zorgen dat gemeenten van elkaar kunnen leren zijn er verschillende media zoals het OndersteuningsTeam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV) en de Werkwijzer Vluchtelingen van de SER.